Leerlingbegeleiding

Algemeen
De leerlingbegeleiding van Het Vlier kent drie componenten: studiebegeleiding, begeleiding bij persoonlijke problemen en begeleiding bij loopbaanoriëntatie en beroepskeuze.  De mentor is voor de leerlingen en hun ouders de eerst aan te spreken persoon. Bij specifieke problemen komen andere collega's in beeld. Er wordt naar gestreefd dat elke leerling in de gehele bovenbouw één mentor, één decaan en één teamleider heeft.


Het mentoraat
De Tweede Fase kent in het vierde leerjaar een intensief mentoraat. Daarna komt het initiatief voor contacten met de mentor meer en meer bij de leerling te liggen. De mentoren in het vierde leerjaar spreken hun leerlingen geregeld over alles wat de leerlingen en zij zelf van belang vinden. Zij stellen zich op de hoogte van de studieresultaten en van de keuzes die hun mentorleerlingen voor K-tijd maken en zijn het eerste aanspreekpunt voor de leerlingen en hun ouders. De mentor is de spil van de begeleiding en onderhoudt de contacten met de vakcollega's, de teamleider en, indien noodzakelijk, met de ouders.


Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB): mentoren en decanen
In de Tweede Fase is een weloverwogen keuze voor een vervolgopleiding op het HBO of een universiteit belangrijk. Bij de oriëntatie hierop staan de mentoren en de individuele vakdocenten in de eerste lijn. Zij worden bijgestaan door een team van decanen.


Vertrouwensdocenten
Leerlingen, ouders en docenten kunnen bij de vertrouwensdocenten terecht indien er sprake is van seksuele intimidatie of ander ongewenst gedrag.


De leerlingbegeleiders
De leerlingbegeleiders helpen leerlingen met de verwerking van persoonlijke problemen. Daarbij kan gedacht worden aan faal- of examenangst, allerlei vormen van sociaal-emotionele problemen, gedragsmoeilijkheden, relatiemoeilijkheden, problemen die voortkomen uit de gezinssituatie of uit een onduidelijk toekomstperspectief. Hulp aan individuele leerlingen wordt alleen verleend als de leerling daarvoor open staat en bereid is om mee te werken aan het oplossen of hanteerbaar maken van de problematiek. De school is een onderwijsinstelling en geen hulpverleningsinstelling. Dat wil zeggen dat leerlingen en ouders bij (meervoudig) complexe hulpvragen doorverwezen kunnen worden naar een erkende hulpverleningsinstelling.